
Wif schrok wakker, en het eerste dat hij zag was Flapflap. Daarna zag hij een enorme haaienvin, daarna het Schaduwmonster. En toen drong het tot Wif door dat ze op de rug van een haai de oceaan doorkliefden. Wif sprong bijna de zee in, maar Flapflap hield hem tegen en zei ‘Rustig maar Wiffie. Alles is goed nu!” Daarna vertelde de vogel hem dat hij gezien had hoe, nadat Wif bewusteloos was geraakt, het Schaduwmonster iets met de haai gedaan had, wat precies wist Flapflap ook niet, maar dat de haai daardoor, en gelukkig maar, veranderd was van een hongerig monster in een mak beestje. Dat de haai nu fungeerde als een soort speedboot, en dat ze nu echt op weg waren naar Tilapia had Flapflap dan weer afgeleid aan het vrolijke gebrom dat het Schaduwmonster af en toe liet horen: een soort scheetjes waar je als je goed luisterde de naam van het eiland in kon herkennen. “Kijk maar eens” zei Flapflap, en hij wees naar de vulkaan die in de verte te zien was. “Dat moet Tilapia wel zijn!” Wif zag het en zei: "Ik ben blij dat het Schaduwmonster ons gered heeft, maar ik ben nog blijer dat jij weer jezelf bent, Flappie!". Maar dat laatste hoorde Flapflap niet, want juist op dat moment raasde er vlakbij een helikopter voorbij.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten