Later zou Flapflap vertellen dat alles heel snel was gegaan, terwijl het tegelijkertijd leek alsof de tijd tot stilstand was gekomen. Plotseling maakten tien, twintig, dertig? –Flapflap raakte al snel de tel kwijt- schaduwen zich los uit het duister van de nacht. Brommende schaduwen met witte ogen: een kolonie van Schaduwmonsters. Het gevecht dat volgde duurde kort. Eerst klopten de apen nog fanatiek op hun borst. Maar toen een van hen zijn evenwicht verloor, in de vulkaan viel en sissend in de lava verdween, de geur van verbrand apenhaar achterlatend, zetten de andere apen het op een lopen. De schaduwmonsters richtten nu hun aandacht op Flapflap en Wif, die na een kortstondig gevoel van bevrijding alsnog voor hun leven vreesden. Maar toen was daar plots hun eigen schaduwmonster, die zich blijkbaar had weten los te maken uit zijn gevangenis –waar Kramski was gebleven was niet duidelijk. Het monstertje ging tussen Flapflap, Wif en de andere monsters in staan en bromde hard en heel hoog. Na een moment van stilte begonnen alle monsters ook te zoemen en te brommen. En toen begrepen Wif en Flapflap dat hun hachelijke avontuur er eindelijk op zat.