
Als Flapflap gehoopt had om indruk te maken met zijn nieuwe hoed, dan toch niet bij Wif. De straathond, diep verzonken in een gedachte over een shoarmaboom, zag Flapflap pas toen die vlak naast hem stond. Wif had hem aangekeken, met zijn kop geschud en gezegd: 'Laten we maar wat gaan eten Flapoleon. Jij trakteert.' Licht gekwetst liep Flapflap achter zijn vriend aan. Wif bestelde een broodje dubbel shoarma met extra saus. De shoarmameneer keek hoofdschuddend naar Flapflap en zijn enorme hoed. Flapflap schudde zijn hoofd ook, maar dan om aan te geven dat hij niks hoefde. De shoarmaman ging aan de slag. Flapflap wilde Wif vertellen over zijn hoed, maar voor hij iets kon zeggen kwam de shoarmavent terug. Met een rood aangelopen hoofd. En een lang mes in zijn hand. 'Wat hebben jullie met mijn kebab gedaan?', schreeuwde hij woedend. Wif en Flapflap keken elkaar aan, en Flapflap realiseerde zich tegelijkertijd dat zijn hoed verdwenen was. Tijd om daar over na te denken was er niet: de shoarmaknul maakte aanstalten om achter de toonbank vandaan te komen en het gesprek voort te zetten met zijn lange mes. Al rennend zagen Flapflap en Wif nog net hoe in de etalage een pikzwarte shoarmarol hen met priemende ogen nakeek...

