
Uit het politierapport: Na het alarm met volle mankracht naar het museum gesneld. Daar niets bijzonders aangetroffen, behalve een verwarde rode vogel met een zwarte muts en een bange hond. Kunstwerken ontvreemd noch vernield. Camerabeelden laten alleen zwart beeld zien. Vogel en hond ter observatie en verhoor naar het hoofdbureau meegenomen.
Wif zit in de verhoorkamer en vertelt eerlijk zijn verhaal. Hij vertelt over het zwarte spook met witte ogen en over kunst die zo maar zwartwit wordt. Maar het is duidelijk dat de diender de hond niet erg serieus neemt. Terug in zijn cel kijkt hij naar buiten en ziet hij hoe Flapflap op de luchtplaats in zichzelf loopt te kakelen. ‘Dit loopt uit de hand’, verzucht Wif. ‘Flapflap is gek aan het worden. Allemaal door die hoed, of wat het ook is.’ Op hetzelfde moment gaat de deur van zijn cel open. Een kater met een donkere bril staat in de deuropening. “Mijn naam is Kramski”, zegt de kater: “Komt u maar met mij mee.” “Wablief?” zegt Wif, niet bepaald op zijn gemak in de buurt van katers. “Kramski is de naam”, herhaalt de kater beleefd. “Ik ben professor in de cryptozoölogie. Ik geloof dat ik u en uw vriend kan helpen.” “Helpen? Waarmee?”, vraagt Wif opstandig. “Met het schaduwmonster,” antwoordt de professor.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten